Antwerpse Kathedraalconcerten vzw

Het romantinsche Schyven-orgel (1891) - Beschrijving

Inleiding

De speeltafel

De onderste etage

De eerste etage

De tweede etage

Het beeldhouwwerk

 

 

 

 

Inleiding

Het romantische Schyven-orgel dateert uit 1891. Het telt vier handklavieren (manualen) - I. Positif, II. Grand Orgue, III. Récit, en IV. Bombarde - en een voetklavier (pedaal) gebouwd in een speeltafel opgesteld vóór het orgel. Het instrument telt 90 registers met een totaal van 5.777 pijpen. De tractuur is mechanisch, met bekrachtiging van Barkermachines. De windvoorziening wordt verzorgd door een electrische ventilator opgesteld in de orgelkast.

Van de oude orgelkast (Erasmus Quellin en Pieter Verbrugghen) uit 1657, bleef enkel het grootste gedeelte van de façade bewaard. Toch blijft het een belangrijke getuigenis van de kunstzinnige prestaties van het 17e eeuwse Antwerpen.

Het huidig orgelfront biedt een indrukwekkend aanzicht. In tegenstelling tot het oudere snijwerk, stammen alle frontpijpen uit 1891. Anders dan men zou denken is het grootste deel daarvan niet aangesloten en heeft derhalve uitsluitend een decoratieve functie. Slechts de twaalf laagst klinkende pijpen, opgesteld in beide grote zijtorens en de gebogen velden direct daarbuiten, zijn sprekend. Ze behoren tot de Montre 16' van het Grand orgue.

top

De speeltafel

De speeltafel staat opgesteld voor het orgelfront. Dit is het meubel van waaruit de orgelist het gehele instrument bespeelt, door middel van de vier manualen, het pedaal, de registerknoppen en voettreden. In het midden van de foto (hieronder rechts) zien wij de vier klavieren, aan beide zijden geflankeerd door vijf boven elkaar gelegen, licht gebogen rijen registerknoppen. Deze dienen om de 90 sprekende registers in en uit te schakelen. Boven het vierde klavier bevindt zich een zesde rij registerknoppen, de registres de combinaisons. Zij dienen voor bepaalde doeleinden, zoals het in- en uitschakelen van bepaalde groepen registers. ("Fonds" of "Mutations"). Midden boven het voetklavier bevinden zich twee zweltreden die de zwelkasten van het Positif en het Récit bedienen. Aan weerszijden daarvan zij in twee rijen boven elkaar de voettreden geplaatst. De meeste daarvan dienen voor de diverse pedaal- en manuaalkoppelingen of fungeren als 'pédales de combinaisons' ("appels anches") qua functie vergelijkbaar met de 'registres de combinaisons'. Met behulp van al deze voettreden kan de organist een aantal crescendi en diminuendi in de Frans-Romantische muziek realiseren. Ook de beide tremulanten (Positif en Récit) worden met voettreden bediend.

De vier manualen en het pedaal corresponderen ieder met een bepaalde "afdeling" pijpen ("werk" genaamd) in het orgel. Het tweede klavier - v.h.Grand orgue - neemt daarbij een aparte plaats in: vanaf dit klavier kunnen alle werken (behalve het pedaalwerk) bespeeld worden. Elk werk kan door middel van een koppeling met dit klavier verbonden worden. Zelfs het "eigen" werk van dit klavier, het Grand orgue of hoofdwerk, is pas aangesloten als men een koppeling, de "grand orgue à la machine" inschakelt.

Daar de indeling van de registerknoppen per klavier, door het ongelijke aantal, niet strict kan corresponderen met de indeling in rijen, hebben de knoppen van elk werk hun eigen kleur: rose voor het Positif, wit voor het Hoofdwerk, blauw voor het Récit, caramel voor het Bombarde en geel voor het Pedaal. Doordat ook de porceleinen schildjes met de opschriften van de voettreden de kleur van het betreffende werk hebben, onstaat - ondanks de ingewikkeldheid van deze grote speeltafel - een overzichtelijk geheel, waarmee een organist zich betrekkelijk snel vertrouwd kan maken.

De indrukwekkende orgelkast is 10,50 meter breed, 4,35 meter diep en 11,20 meter hoog, exclusief het beeldhouwwerk. Het binnenwerk van de orgelkast is ingedeeld in 3 etages.

top

Onderste etage

Deze doet denken aan een soort machinekamer. Hier bevinden zich vrijwel alle apparaten en luchtreservoirs die voor het functioneren van de rest van het orgel nodig zijn. De grote blaasbalgen zijn in drie stellages ondergebracht. Deze dienen om de juiste reserve aanvoer aan wind te handhaven. Voorts heeft ieder werk in het orgel nog zijn eigen balgen die gevoed worden door de grote de magazijnbalgen, waarvan de winddruk dan wordt aangepast aan de specifieke behoefte van de verschillende 'werken' (klavieren) . Deze voorziening is nodig omdat niet alle werken dezelfde winddruk delen. In het midden tussen de balgen staan de barkermachines van de vier klavieren opgesteld. Het is via deze barkermachines dat de andere manualen aan het hoofdklavier (Grand Orgue) gekoppeld worden. Het is dus niet het hoofdklavier zelf maar de barkermachine van dit klavier die bij het koppelen de andere klavieren meetrekt. Dit leidt weliswaar tot een kleine extra vertraging, maar zorgt ervoor dat het tweede manuaal (dwz. het hoofdwerk) altijd even licht blijft spelen. Op dezelfde wijze functioneert de koppel van het Récit op het Positif. De pedaalkoppels van het orgel zijn niet in de kast ondergebracht, maar bevinden zich in de speeltafel zelf en zijn dus direct mechanisch. Het enige klinkende deel van het orgel dat zich in de onderste etage bevindt zijn de beide 32' registers van het pedaal. Deze zijn daar ondergebracht omdat hun grootste pijpen ca.10 m lang zijn. Deze produceren de voor ons laagst hoorbare tonen en hebben door hun lengte bijna de volle hoogte van het orgel nodig.

top 

Eerste etage

Hier staan de overige pijpen van het pedaal opgesteld, alsook de windladen en pijpwerk van het Hoofdwerk en het Bombardewerk. Dit laatste, voorzien van drie eigen windladen, ontleend zijn naam aan het register Bombarde 16' die er op staat. Bij de Franse barokorgels kon dit register niet op het hoofdwerk worden ondergebracht daar het de andere registers te veel wind zou ontnemen. Daarom kreeg het eigen ventielen, aangesloten op een eigen klavier om de speelaard van het hoofdwerk niet nodeloos zwaar te maken. In het symfonische orgel was een apart klavier door toepassing van de barkermachine niet meer nodig. Het Bombardewerk werd echter niet afgeschaft maar werd van extra sterke tongwerken voorzien om bij een crescendo als bekroning van het volle werk te dienen. Het register Bombarde 16' verschijnt vanaf dan ook nog eens op het Pedaal en zelfs op het "Grand orgue". Dit laatste is hier opgesteld op 2x3 laden gescheiden door een looppad (foto links). Op de windladen direct achter het orgelfront staan de grondstemmen opgesteld, op de andere laden de tongwerken en de hoge labiaalregisters.

top 

Tweede etage

Hier bevinden zich de windladen en pijpwerk van het Positif en het Récit. Deze etage is ca. 7 meter hoger dan de vloer van het hoogzaal. Om

crescendi en diminuendi mogelijk te maken zijn deze twee werken elk in een afgesloten ruimte ondergebracht, die door middel van jalousiën meer of minder geopend worden ("zwelkasten"). Deze worden door de zweltreden van de betreffende klavieren mechanisch bediend. In de zwelkast van het Positif treft men o.a. 7 tongwerken aan. Drie hiervan werden bij de grondstemmen ingedeeld om ze voor speciale doeleinden te kunnen gebruiken (Clarinette, Cor anglais, Voix angélique). In de zwelkast van het Récit bevinden zich een aantal interessante solostemmen en tongwerken. Het Récit is bij het symfonische orgel niet alleen het solistische klavier bij uitstek maar dient ook als de

belangrijkste tegenhanger van het Hoofdwerk. De basis van het tongwerkenkoor van het Récit wordt gevormd door een Basson 16', waarvan de grootste bekers normaliter te lang zouden zijn om in de zwelkast te passen. Daarom zijn die verkropt. Doorgaans betekent dit dat ze eenmaal zijn omgebogen, maar hier maken ze en hele winding, die aan koperblaasinstrumenten doet denken.

 

Het beeldhouwwerk

Het is mogelijk om via een ladder op het dak van de zwelkasten te klimmen. Hier bevindt men zich op een hoogte van 11,20 m boven de vloer van het hoogzaal, en bijna 18 meter boven de kerkvloer. Vanaf hier kan men van bovenaf in de grootste pijpen van de 32' registers kijken. Ook het mooie beeldhouwwerk is hier van dichtbij te bewonderen. Het valt op hoe fraai de details zijn afgewerkt en hoe groot het vakmanschap was van de beeldhouwers die dit instrument ook visueel tot een kunstwerk van allure gemaakt hebben.

top