Antwerpse Kathedraalconcerten vzw

Schyven-orgel - Restauratie (2014-2018)

Sinds de zomer van 2014 zweeg het Antwerpse Schyven-orgel gedurende drie lange jaren voor een alomvattende restauratie. “Ik heb dit bijzondere dossier bij de start van de legislatuur behartigd. Tot mijn grote voldoening is de restauratie succesvol voltooid en kunnen de volle klanken van het orgel voortaan weer door de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal galmen”, stelt Luk Lemmens, eerste gedeputeerde van de provincie Antwerpen. De restauratie, waarvan de totale kostprijs ruim anderhalf miljoen euro bedroeg, vond plaats dankzij de steun van de Provincie Antwerpen, als bouwheer van de kathedraal, en met subsidies van de Vlaamse Gemeenschap. De firma Schumacher uit Eupen heeft de restauratie uitgevoerd, aanvankelijk onder advies van Gerard Pels. Na diens onverwachte overlijden heeft Koos Van de Linde het dossier overgenomen. Steenmeijer Architecten leidde de werken aan het orgelfront en coördineerde de hele werf.
Pierre Schyven moest het instrument binnen een periode van twee jaar realiseren. Dat lijkt vandaag quasi onmogelijk. Dat korte tijdsbestek heeft beslist consequenties gehad voor het instrument en leidde tot enkele specifieke problemen. Zo waren er al geruime tijd bedenkingen bij het gebruik van windladen met octaafopstelling. Schyven paste dit soort windladen normaal gezien toe om bepaalde registers af te leiden van andere en zo tijd, materiaal en geld te besparen. Dit systeem paste hij in Antwerpen echter niet toe: alle registers zijn reëel uitgebouwd. Dat zorgt ervoor dat de pijpen in het algemeen wel erg dicht op elkaar staan (waar dus bij afleiding van registers minder pijpen zouden staan), met problemen zoals klankuitstraling en interferentie tot gevolg. 
Dat de oude kast uit 1657 hergebruikt moest worden, zorgde allicht ook voor onvoorziene, problemen op het vlak van klankuitstraling en bemoeilijkte de opstelling van het instrument.
De firma Schumacher pakte al deze problemen tijdens de restauratie zeer doordacht aan, met respect voor het oorspronkelijk bedoelde karakter van het instrument. In de mate van het mogelijke werden de problemen verholpen.
Bij het uitnemen van het pijpwerk stelden de restaurateurs vast dat veel pijpwerk nauwelijks geïntoneerd was in de ruimte, of zelfs amper geïntoneerd tout court. Dat wijst nog maar eens op de enorme tijdsdruk waarmee Schyven te kampen had. Vele problemen op het vlak van interferentie werden nu verholpen, mede dankzij de nauwkeurige intonatie door Nicolas Alexiades en de aandacht voor de best mogelijke positie van de pijpen in het orgel.
Door de zwelkast van het réciet hoger te plaatsen klinkt het bombardewerk, dat zich eronder bevindt, veel beter uit. Die verhoging en het feit dat de historische orgelkast 113 cm meer naar voren werd geplaatst, zorgen er bovendien voor dat de algemene klankuitstraling fel verbeterd is.
De oorspronkelijke windvoorziening werd voorzien zoals Schyven ze bedoeld had. Onder de grootste pedaalpijpen bevond zich bijvoorbeeld een extra balg die – wegens tijdsgebrek? – nooit was aangesloten. De latere wijzigingen in de windvoorziening (onder andere het verwijderen van een van de grote blaasbalgen om plaats te maken voor de orgelmotor) werden door de reconstructie ongedaan gemaakt. Een nieuwe, krachtigere motor levert nu de nodige wind.
Het karakter van de registers en het mogelijke gebruik ervan komen nu veel duidelijker naar voren, dankzij de zorgzame intonatie. Meer nog, pas nu blijkt dat Schyven een zeer doordacht instrument wilde afleveren waarmee hij zich naast andere grootheden als Cavaillé-Coll en Walcker kon plaatsen.
Hij heeft overigens voor alle orgelonderdelen materialen van superieure kwaliteit gebruikt, zodat bij de restauratie quasi niets moest vervangen worden van mechanische onderdelen. Na reiniging was  alles perfect herbruikbaar.
Schyven heeft een instrument van Europese allure gecreëerd, vergelijkbaar met de instrumenten in St.-Sulpice in Parijs en de Dom van Riga. Het is meer bepaald een universeel instrument waarop je de belangrijkste muziek van de hele negentiende eeuw en later quasi ideaal kunt vertolken.